In Nederland is een Rooms-Katholieke kerk te herkennen aan een kruis op de toren. Een Protestantse kerk heeft een haan. Op de toren van een Evangelisch-Lutherse kerk vind je een zwaan. In Ede zelfs niet alleen op de toren, ook boven de deuren van de ingang van de kerk is een afbeelding van een zwaan te vinden. 

De zwaan op een toren van een lutherse kerk verwijst naar een legende over de Boheemse theoloog Jan Hus (1370-1415), die tijdens het Concilie van Konstanz – ondanks een vrijgeleide – voor zijn ketterij en tot de brandstapel werd veroordeeld. Bij zijn terechtstelling zou Hus hebben uitgeroepen: 

‘Heden braadt gij een gans (‘hus’ is Tsjechisch voor gans), maar na mij zal een zwaan verschijnen die gij niet zult braden en die mijn werk zal voorzetten’. Die zwaan was Luther. 

 

Een in onbruik geraakt rijmpje om kerkgebouwen van verschillende religies te kunnen herkennen luidt:

De gereformeerden hebben een haantje,

De luthersen hebben een zwaantje,

De roomsen een kruisje,

En de mennisten een houten huisje.